Over het fonds
Het Nationaal Woningbouwfonds
Het fonds is bij wet ingesteld om bij te dragen aan adequate huisvesting voor brede lagen van de bevolking van Suriname. Op deze pagina staan de instelling, de taken en de kredietregels uit die wet, en de doelgroepen, rente en grenzen uit het staatsbesluit.
- rechtspersoon, belast met de taken uit de wet
- Publiekrechtelijk
- zetel van het fonds, met de mogelijkheid van kantoren elders in Suriname
- Paramaribo
- rente voor de kredietnemer, afhankelijk van de doelgroep
- 3% en 5%
- maximale looptijd van een krediet
- 30 jaar
Wet, artikel 2
Instelling van het fonds
Er is een Nationaal Woningbouwfonds. Het fonds is een publiekrechtelijke rechtspersoon en is belast met de taken die de wet regelt. Het is gevestigd te Paramaribo en kan ook elders in Suriname kantoren hebben.
De voorwaarden voor krediet, en de nadere richtlijnen die het fonds vaststelt, worden op een voor ieder duidelijke wijze bekendgemaakt op de website van het fonds en, waar mogelijk, via andere digitale toepassingen. Dezelfde informatie is kosteloos verkrijgbaar bij de kredietinstellingen.
Wet, artikel 3
Doel en taakstelling
Het fonds heeft tot doel:
- in het algemeen bij te dragen aan een grotere beschikbaarheid van adequate huisvesting voor brede lagen van de bevolking;
- in het bijzonder duurzaam bij te dragen aan betere huisvesting voor de doelgroepen, en van opvanginstellingen voor kinderen, bejaarden en mensen met een beperking;
- de ontwikkeling van de woningbouwsector te stimuleren;
- investeringsmogelijkheden te scheppen voor natuurlijke personen en rechtspersonen.
Het fonds realiseert die doelen door:
- persoonlijke kredieten te verstrekken aan natuurlijke personen uit de doelgroepen en uit de hogere middeninkomensgroepen, voor de eerste eigen gezinswoning: door koop, bouw, zelfbouw of de noodzakelijke renovatie daarvan;
- bouwkredieten te verlenen aan erkende huisvestingsorganisaties zonder winstoogmerk, uitsluitend voor woningen of woonruimtes die worden verhuurd of in huurkoop gegeven aan personen uit de doelgroepen;
- bouwkredieten te verlenen aan opvanginstellingen;
- private investeerders de mogelijkheid te bieden middelen veilig in het fonds te beleggen tegen een gunstige rente;
- overeenkomsten te sluiten met erkende kredietinstellingen voor de dienstverlening aan aanvragers.
Een overeenkomst met een kredietinstelling regelt de procedure voor de aanvraag, de indiening van klachten en de vergoeding voor de dienstverlening. De overeenkomst kan beperkt zijn tot de indiening van kredietaanvragen, of ook de verdere afhandeling omvatten nadat het fonds heeft goedgekeurd.
Op deze website vraagt een huishouden een persoonlijk krediet aan. De praktische voorwaarden en documenten voor die aanvraag staan bij de voorwaarden.
Wet, artikel 8
Aan wie het fonds krediet verleent
Natuurlijke personen
Een persoonlijk krediet is er voor personen uit de doelgroepen en de hogere middeninkomensgroepen die aan al deze voorwaarden voldoen:
- zij zijn meerderjarig en hebben de Surinaamse nationaliteit;
- bij bouw of renovatie hebben zij, rechtstreeks of indirect, geen ander onroerend goed dan het perceel of de woning waarvoor het krediet is aangevraagd;
- bij koop van een woning beschikken zij, rechtstreeks of indirect, nog niet over onroerend goed;
- zij hebben niet eerder een krediet van een kredietinstelling gekregen voor de koop of bouw van een woning, tenzij nood of overmacht is vastgesteld.
Daarnaast sluiten zij een levensverzekering af. In de aanvraag is dat de overlijdensrisicoverzekering.
Huisvestingsorganisaties
Een bouwkrediet is er voor huisvestingsorganisaties die op grond van de Wet Beroepen en Bedrijven zijn erkend, zonder winstoogmerk, en uitsluitend voor de bouw van woningen of woonruimtes voor verhuur of huurkoop aan personen uit de doelgroepen. De organisatie voldoet aan de wettelijke voorschriften die voor haar gelden, is niet eerder veroordeeld wegens wanprestatie, en is niet meermalen onderwerp geweest van klachten bij het fonds over de kwaliteit van de woningen.
Opvanginstellingen
Een bouwkrediet is er ook voor opvanginstellingen als bedoeld in de Wet Opvanginstellingen, die al opvang bieden aan personen uit hun doelgroepen en die aan die wet voldoen.
Wet, artikel 8
Hoe een kredietaanvraag verloopt
Een aanvraag volgt de procedure van het fonds en gebeurt op een genummerd aanvraagformulier. U dient de aanvraag in via een kredietinstelling die het fonds heeft aangewezen. Die instelling beoordeelt eerst of de aanvraag geldig en volledig is. Zodra dat zo is, dient zij de aanvraag namens u in bij het fonds en geeft zij u een bewijs waarop het volgnummer van het fonds staat.
Bij een natuurlijke persoon horen in ieder geval deze bescheiden:
- een nationaliteitsverklaring;
- een verklaring van MI-GLIS dat u geen ander onroerend goed heeft dan het perceel waarop wordt gebouwd, of dat u bij koop van een woning geen onroerend goed heeft;
- een verklaring van de Belastingdienst, of een werkgeversverklaring met loonopgave, waaruit blijkt dat het inkomen binnen de inkomensgroepen van het staatsbesluit valt;
- een conceptkoopovereenkomst, of een bouwtekening die is goedgekeurd door het Ministerie van Openbare Werken, Transport en Communicatie, met begroting en bouwovereenkomst met een deskundige aannemer of bouwbedrijf, of een verklaring van zelfbouw. Bij bouw wordt een bouwopzichter aangesteld.
Een huisvestingsorganisatie of opvanginstelling legt in ieder geval over:
- de goedgekeurde statuten, waaruit ook blijkt dat de rechtspersoon in Suriname is opgericht;
- een uittreksel uit het handelsregister;
- bij een opvanginstelling: een verklaring van het Ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting dat de instelling voldoet aan de Wet Opvanginstellingen.
Van aanvragen die het fonds registreert en in behandeling neemt, maakt het de aanvraagnummers uiterlijk binnen zeven werkdagen bekend op de website en in de eerstvolgende nieuwsbrief. Het fonds beslist in de volgorde van het volgnummer, op de datum van ontvangst. Blijkt er sprake van nood, dan wordt de aanvraag met urgentie behandeld. Die gevallen worden onder het aanvraagnummer bekendgemaakt, met een aantekening over de aard van de vastgestelde nood.
Genomen besluiten staan op deze website in het publicatiearchief. Daar zijn alleen het aanvraagnummer en de status zichtbaar.
Wet, artikel 9
Wanneer een aanvraag wordt afgewezen of aangehouden
Het fonds wijst een aanvraag af als:
- de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden van de wet of van regels die op de wet steunen;
- de aanvrager onjuiste of onvolledige informatie verstrekt.
Het fonds houdt een aanvraag aan als:
- de financiële middelen van het fonds niet toereikend zijn, ter beoordeling van het bestuur;
- de aanvraag onvolledig is ingediend. U krijgt daarvan bericht via de kredietinstelling. De besluitvorming gaat verder zodra de ontbrekende informatie er is. Komt die niet binnen zestig werkdagen, dan wordt de aanvraag afgewezen;
- informatie die het fonds zelf moet inwinnen niet binnen de gewenste tijd beschikbaar komt.
Van een afwijzing of aanhouding wordt u zo spoedig mogelijk via de kredietinstelling op de hoogte gesteld, met de reden en verdere instructies. Nadere voorschriften over verstrekking, aanhouding en afwijzing kan het bestuur vaststellen, na goedkeuring van de raad van toezicht.
Staatsbesluit
Doelgroepen, rente en grenzen
Het staatsbesluit bepaalt de doelgroepen, de rente die de overheid voor de kredieten hanteert, de hoogte van het krediet, de looptijd en het woonoppervlak. De bedragen kunnen bij resolutie worden aangepast. Categorie A en B hieronder zijn die doelgroepen. De wet noemt daarnaast hogere middeninkomensgroepen; hun inkomensgrenzen staan niet in dit staatsbesluit.
Categorie A, huishoudens
Het inkomen is het gezamenlijke netto maandinkomen van het huishouden. Groep 1 loopt van SRD 12.000 tot en met SRD 20.000. Groep 2 loopt van SRD 20.001 tot en met SRD 35.000.
Groep 1
- Rente
- 3% voor de kredietnemer
- Maximaal krediet
- SRD 750.000
- Woonoppervlak
- 28 m² tot 75 m²
- Looptijd
- maximaal 30 jaar
Groep 2
- Rente
- 5% voor de kredietnemer
- Maximaal krediet
- SRD 1.200.000
- Woonoppervlak
- 28 m² tot 90 m²
- Looptijd
- maximaal 30 jaar
Categorie B, wooncorporaties zonder winstoogmerk
Onder categorie B vallen de Stichting Volkshuisvesting en andere non-profitwooncorporaties die aan de wettelijke voorwaarden voldoen.
- Stichting Volkshuisvesting
- 3% rente, bouwkosten per woning maximaal SRD 750.000, woonoppervlak 28 m² tot 75 m²
- Overige non-profitwooncorporaties
- 5% rente, bouwkosten per woning maximaal SRD 1.200.000, woonoppervlak 28 m² tot 90 m²
Groeiwoning en eenmalig krediet
Het minimale woonoppervlak van 28 m² geldt voor categorie A en B en is de eerste bouwfase van een groeiwoning. Die woning kan in maximaal twee bouwfasen worden uitgebreid. De bouwtekening omvat ook de volledige woonoppervlakte van de geprojecteerde woning. Het maximum is 75 m² voor groep 1 en de Stichting Volkshuisvesting, en 90 m² voor groep 2 en de overige non-profitwooncorporaties.
De doelgroepen komen slechts eenmaal in aanmerking voor een krediet op grond van het staatsbesluit, tenzij zich een noodgeval voordoet. Dat noodgeval onderzoekt en stelt het fonds vast.